949

Niemand loeit

28-10-2014 - Artikelen

De ochtend Moeder koe en Clara staan in de wei. De zon schijnt en het smakelijke gras is groen. Het is nog ochtend en er ligt nog dauw op het gras. Boven het gras hangt nog een klein restje ochtendmist, alles gaat zijn gangetje. Een stern zweeft over de twee koeien en in het beekje […]


koeDe ochtend

Moeder koe en Clara staan in de wei. De zon schijnt en het smakelijke gras is groen. Het is nog ochtend en er ligt nog dauw op het gras. Boven het gras hangt nog een klein restje ochtendmist, alles gaat zijn gangetje. Een stern zweeft over de twee koeien en in het beekje springt een rietvoorntje vrolijk de zon tegemoet, waarna hij met een plons in het water terecht komt. Verderop doen de andere koeien een wedstrijdje wie het hardst kan loeien. Maar daar hebben moeder en Clara koe geen zin in.

Clara: Dat geloei steeds, daar wordt toch niemand blij van.

Moeder: Ja, lieverd. Het zijn gewone koeien. Ze denken niet verder dan gras eten en melk geven. Zij denken: wij zijn koeien, wij moeten loeien. Zo ben jij niet kindje. Vergeet dat niet. Wij zijn anders. Wij loeien niet, eten alleen het beste gras en geven melk als we met respect behandeld worden.

Clara: Was papa ook zo?

Moeder: Hoe vaak moet ik nou zeggen dat ik het niet over je vader wil hebben. Je vader heeft me laten zitten. Ik ben blij dat ik jou nog heb.

Boer Harm komt op het geloei af. De simpele ziel. De boer gelooft nog dat er een aanleiding is, een reden waarom koeien loeien. Maar nee, weer vals alarm. Boer Harm loopt door het weiland naar moeder en Clara.

Boer Harm: Ah, mijn favoriete koetjes. Hoe gaat het met jullie? Ik heb een verassing voor jullie. Raad eens wie er vanmiddag langskomt?

Clara: Nou?

Boer Harm: Boelie komt weer eens langs. Is dat niet fijn? Kunnen jullie weer eens van bil, zal jullie goed doen.

Met een zachte landing laat moeder zich in het gras vallen. Boer Harm is al weggelopen, bezig met boerenzaken.

Clara: Mam, gaat het?

Moeder kijkt in de verte, probeert haar gezicht in een plooi te houden, maar de schrik is in haar ogen te lezen.

Moeder (fluisterend): Die rotzak. Dat hij nog terug durft te komen na wat hij mij geflikt heeft. Ik geef hem de wind van voren. Die rotzak.

De middag

Een veewagen arriveert. Het hek gaat open en een grote sterke stier stormt de wagen uit.

Boelie: Waar zijn de geile koetjes van me!? Potverdikkie wat ben ik geil!

Moeder loopt in een waardig tempo naar hem toe.

Moeder: Boelie.. Nu moet jij eens goed luisteren. Ik hield van je. Ik hield zo veel van je. En wat doe jij? Eerst neuk je al mijn vriendinnen. Mijn vriendinnen, Boelie. Hoe kon je? En vervolgens laat je me ook nog eens in de steek. Waarom?

Boelie: Rot op, ouwe sok! Wat zie ik daar? Dat is nog eens een prachtexemplaar!

Boelie rent snuivend op Clara af en bespringt haar zonder waarschuwing. Clara loeit en loeit en loeit.

De avond

Moeder koe en Clara staan in de wei. Donkere wolken hangen boven het donkergroene gras. Het is bijna nacht, het schemert. Insecten vormen een chaotische en luidruchtige massa in het gras. Een kraai vliegt het weiland over en laat een dof gekras horen. In de sloot duikt  de rietvoorn nog een stukje dieper. Niemand loeit.

 

Deel dit artikel:

Auteur avatar

| 28-10-2014